Kampioen

Aan het einde van zijn eerste seizoen speelde het team van mijn zoon een toernooi bij een vereniging in de buurt. De leider van het team moest eerder weg en vroeg mij de begeleiding halverwege het toernooi over te nemen.

Het team speelden in een een poule met zeven andere JO9-teams. Een halve competitie in een poule van vier om vervolgens af te sluiten met een kruiswedstrijd tegen de andere poule: de nummer 1 tegen de nummer 1 van de andere poule, de nummer 2 tegen de nummer 2, enzovoort.




Op het moment dat ik het overnam hadden ze de eerste wedstrijd gelijk gespeeld en de volgende verloren. Om de moed er in houden vertelde ik het team dat als ze de laatste poulewedstrijd goed hun best deden, er nog een finale-wedstrijd in het verschiet lag. Je kunt kruiswedstrijden tenslotte elke naam geven die je zelf wilt.

De wedstrijd ging goed. Er werd gewonnen. En nog beter de beste bloemetjesplukker van het team scoorde zijn eerste doelpunt ooit. Waarschijnlijk omdat we op kunstgras speelde. Groot feest na afloop want we gingen de finale spelen.

Bij die laatste wedstrijd was het op. Het toernooi duurde één wedstrijd te lang en het werd een nulletje of veel voor de tegenstander. Toen het team teleurgesteld afdroop naar de kleedkamer ging ik de medailles ophalen bij de toernooileiding. Elke team krijgt bij dat toernooi namelijk een medaille.

Teruggekomen in de kleedkamer vertelde ik ze dat we weliswaar hun finale hadden verloren maar dat ze daarmee een zilveren medaille hadden gewonnen. Of die echt was vroeg er nog één. Vanzelfsprekend. De blijdschap die volgde was nog net geen Coolsingel-kwaliteit maar Leidseplein-niveau was het zeker.



De medaille hangt nu nog altijd vol trots in de prijzenkast van mijn zoon. Hij heeft zich nooit afgevraagd of ze nu tweede waren geworden of zesde.

Aan dat verhaal moet ik altijd denken als er weer een discussie losbarst over het al dan niet bijhouden van standen bij de jeugdcompetities. Wat ik geleerd heb van het bovenstaand verhaal, is dat het voor de jonge spelers niet uitmaakt waarvoor je speelt. Elke wedstrijd kan een finale of kampioenschap zijn.



Het is voor velen duidelijk dat dino's wel bestaan en elfjes niet. Beide zijn even abstract en soms realistisch aanwezig in deze wereld.  Echter beide kun je nooit in levende lijve zien. Dus waarom zijn dino's wel echt en elfjes niet? Leg dat maar eens uit.

Met uitzonderingen van wat religieuze fanatiekelingen zal als men bij het ouder worden, het verschil tussen echt en onecht zijn bij dino's en elfjes wel ontdekken.

Echter bij finales, kampioenschappen en wedstrijden is de echtheidsclausule er niet. Een overwinning van 3-0 in een simpele oefenwedstrijd tegen Portugal krijgt dan zomaar een heel andere betekenis. Het winnen van de Champions League is alleen maar echt bij de gratie van de betekenis die we er met zijn allen aan geven.

Het is niet de bedoeling om zaken om te draaien. Verliezen is verliezen en winnen is winnen. Alleen  de echtheid van wat je wint is gebaseerd op een idee. Kortom, volgens mij kun je altijd finales winnen en kampioen worden met je team.



In hetzelfde jaar verloor het team alle wedstrijden in de eerste helft van de competitie. Tot de laatste wedstrijd. De tegenstander werd in die wedstrijd opgerold met 4-0. Daarna was het tijd voor feest en friet.

Zij waren elfde van de competitie en maar het gevoel van kampioen was die dag groot. Ze waren net zo echt kampioen als er dino's bestaan. Of elfjes. Kampioen worden is een sprookje.

Reacties

Berichten

Wisselen

Winnen

Vrijwilligersbeleid? Energiebeleid!

Elf tips om kampioen te worden

Trainers, sleutel tot succes

Voetbaljeukwoorden

Opstellingen

Trainsters en scheidsrechters