Vernieuwing
De laatste weken ben ik verwend met twee artikelen van topjournalist Michiel de Hoog over voetbaljeugdopleiding in het buitenland. De eerste over Denemarken en het geboortekwartaal-effect, de tweede over Zwitserland en hun verfrissende aanpak van talentontwikkeling. Artikelen die vernieuwing ademen. Het bracht mij heimwee naar volleybal.
Toen ik vijftien jaar geleden onderdeel uitmaakte van de volleybalwereld, was vernieuwing alom aanwezig. Adrie Noij ontwikkelde CMV, een aanleer- en spelmethode voor jeugdvolleybal.
Binnen korte tijd is CMV in heel Nederland verspreid en daarna door de NeVoBo omarmd. Nu speelt elke jeugdvolleyballer CMV. Met nu ook Smashbal is vernieuwing nog immer aanwezig.
De snelle verspreiding van CMV kwam niet door de bond maar doordat het werkveld bij volleybal enorm gedreven is om te vernieuwen. Dat merkte ik toen ik nieuwe vormen van wedstrijdjes, warming-ups of leermethodes ging toepassen. In plaats van te verketteren, hingen de meeste trainers aan mijn lippen en binnen no time werden de ideeën in de omgeving toegepast.
In voetballand ervaar ik dat anders. Daar is een alles-bij-het-oude-laten basiscultuur, zo lijkt het. Ook mijn eigen positie is anders. Ik ben maar een eenvoudige ouder die niets van voetbal weet.
Dat werd pijnlijk duidelijk toen ik bij de KNVB informeerde of ik vrijstelling kon krijgen voor de beginners(!) trainerscursus Pupillentrainer en zo gelijk aan TC III kan beginnen. "Geen sprake van!", was het antwoord.
Hoe kon ik ooit in mijn hoofd halen dat ik ook maar iets van voetbal weet met twintig jaar ervaring en de volleybaldiploma's - equivalent TC II - op zak? Geen diploma's, nul jaar trainerservaring en Wesley Sneijder heten daarentegen.
Opvallend vind ik ook het enorme aantal over-voetbal-praatprogramma's op televisie. De meeste programma's zijn Zeiksnor-tv waarbij het de bedoeling lijkt om iedereen die ook maar iets anders doet bij de knieën af te zagen.
Passend in dat beeld is dat, in tegenstelling tot volleybal, de vernieuwing van de jeugdvoetbal niet van onderen komt maar door de KNVB zelf wordt geleid. Kan het werkveld het niet of mag het dat niet?
Wat ik mij afvraag is: "Is het voetbal simpelweg te groot en te arrogant om veel te vernieuwen en is volleybal daarom klein genoeg?"
Het tegenvoorbeeld is wedstrijdzwemmen. Een veel kleinere sport als volleybal maar nergens ben ik een conservatiever en kindonvriendelijker sportomgeving tegengekomen. De KNZB doet het nog exact als 50 jaar geleden met 8-jarigen die uit de wedstrijd worden gehaald omdat ze toevallig van de zenuwen tweemaal te vroeg van het blok springen.
Elk wissewasje leidt trouwens tot diskwalificatie, waarbij je ook nog eens geen eindtijd krijgt na minuten hard ploeteren. Wedstrijden duren eindeloos terwijl jongens en meisjes ook gewoon in één heat kunnen zwemmen. Het is namelijk geen 1968 meer.
Het overkomt menig beginnend zwemmer: vier uur voor een wedstrijd onderweg, twee maal één minuutje zwemmen, om vervolgens gediskwalificeerd en zonder tijden thuis te komen. Dat motiveert.
Bijzonder is dat licht is het onderzoek naar de vermeende slechte resultaten van zwemmen bij de Olympische Spelen. Mijn bescheiden tip: Begin eerst eens de jeugdzwemsport gewoon leuk te maken. Dan heb je veel meer talenten om uit te kiezen.
Maar ook als de sport veel groter is gaat de vlieger niet op. Naast voetballend Denemarken en Zwitserland lijkt ook Duitsland, met veel voetbal, veel meer veranderingsgezind.
Een antwoord op bovenstaande vraag heb ik dus nog niet en of de heimwee groot genoeg is om naar huis terug te keren weet ik niet. Het plezier met mijn eigen voetbalteam is op dit moment groot en dat is de basis, zo leerde Esmee Visser mij. Misschien passen mijn eigenwijze ideeën juist wel bij voetbal. Je kunt er namelijk enorm veel blogs over schrijven.
Toen ik vijftien jaar geleden onderdeel uitmaakte van de volleybalwereld, was vernieuwing alom aanwezig. Adrie Noij ontwikkelde CMV, een aanleer- en spelmethode voor jeugdvolleybal.
Binnen korte tijd is CMV in heel Nederland verspreid en daarna door de NeVoBo omarmd. Nu speelt elke jeugdvolleyballer CMV. Met nu ook Smashbal is vernieuwing nog immer aanwezig.
De snelle verspreiding van CMV kwam niet door de bond maar doordat het werkveld bij volleybal enorm gedreven is om te vernieuwen. Dat merkte ik toen ik nieuwe vormen van wedstrijdjes, warming-ups of leermethodes ging toepassen. In plaats van te verketteren, hingen de meeste trainers aan mijn lippen en binnen no time werden de ideeën in de omgeving toegepast.
In voetballand ervaar ik dat anders. Daar is een alles-bij-het-oude-laten basiscultuur, zo lijkt het. Ook mijn eigen positie is anders. Ik ben maar een eenvoudige ouder die niets van voetbal weet.
Dat werd pijnlijk duidelijk toen ik bij de KNVB informeerde of ik vrijstelling kon krijgen voor de beginners(!) trainerscursus Pupillentrainer en zo gelijk aan TC III kan beginnen. "Geen sprake van!", was het antwoord.
Hoe kon ik ooit in mijn hoofd halen dat ik ook maar iets van voetbal weet met twintig jaar ervaring en de volleybaldiploma's - equivalent TC II - op zak? Geen diploma's, nul jaar trainerservaring en Wesley Sneijder heten daarentegen.
Opvallend vind ik ook het enorme aantal over-voetbal-praatprogramma's op televisie. De meeste programma's zijn Zeiksnor-tv waarbij het de bedoeling lijkt om iedereen die ook maar iets anders doet bij de knieën af te zagen.
Passend in dat beeld is dat, in tegenstelling tot volleybal, de vernieuwing van de jeugdvoetbal niet van onderen komt maar door de KNVB zelf wordt geleid. Kan het werkveld het niet of mag het dat niet?
Wat ik mij afvraag is: "Is het voetbal simpelweg te groot en te arrogant om veel te vernieuwen en is volleybal daarom klein genoeg?"
Het tegenvoorbeeld is wedstrijdzwemmen. Een veel kleinere sport als volleybal maar nergens ben ik een conservatiever en kindonvriendelijker sportomgeving tegengekomen. De KNZB doet het nog exact als 50 jaar geleden met 8-jarigen die uit de wedstrijd worden gehaald omdat ze toevallig van de zenuwen tweemaal te vroeg van het blok springen.
Elk wissewasje leidt trouwens tot diskwalificatie, waarbij je ook nog eens geen eindtijd krijgt na minuten hard ploeteren. Wedstrijden duren eindeloos terwijl jongens en meisjes ook gewoon in één heat kunnen zwemmen. Het is namelijk geen 1968 meer.
Het overkomt menig beginnend zwemmer: vier uur voor een wedstrijd onderweg, twee maal één minuutje zwemmen, om vervolgens gediskwalificeerd en zonder tijden thuis te komen. Dat motiveert.
Bijzonder is dat licht is het onderzoek naar de vermeende slechte resultaten van zwemmen bij de Olympische Spelen. Mijn bescheiden tip: Begin eerst eens de jeugdzwemsport gewoon leuk te maken. Dan heb je veel meer talenten om uit te kiezen.
Een antwoord op bovenstaande vraag heb ik dus nog niet en of de heimwee groot genoeg is om naar huis terug te keren weet ik niet. Het plezier met mijn eigen voetbalteam is op dit moment groot en dat is de basis, zo leerde Esmee Visser mij. Misschien passen mijn eigenwijze ideeën juist wel bij voetbal. Je kunt er namelijk enorm veel blogs over schrijven.
Reacties